Wanneer huisverbod

Het huisverbod is een bestuursrechtelijke maatregel die door de burgemeester wordt opgelegd

  • indien uit feiten en/of omstandigheden blijkt dat de aanwezigheid van de betrokkene in de woning
  • (een duidelijk vermoeden van) ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert
  • voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven

Factoren bij huisverbod

Bij de afweging of een huisverbod wordt opgelegd, betrekt de burgemeester uitsluitend de in de bijlage bij het Besluit tijdelijk huisverbod opgenomen feiten en omstandigheden.

Deze feiten en omstandigheden kunnen hebben betrekking op:
a. de persoon ten aanzien van wie wordt overwogen een huisverbod op te leggen (de uithuisgeplaatste);
b. het verloop van het incident dat de aanleiding is te overwegen een huisverbod op te leggen; en
c. de leefomstandigheden van de uihuisgeplaatste en degenen die met hem/haar in dezelfde woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven.

Onder de feiten en omstandigheden worden mede begrepen de politiegegevens met betrekking tot de persoon ten aanzien van wie wordt het huisverbod wordt opgelegd, voor zover de burgemeester deze gegevens behoeft in het kader van de afweging.

Factoren tav de persoon

De volgende feiten en omstandigheden die de persoon betreffen ten aanzien van wie wordt overwogen om een huisverbod op te leggen kunnen een rol spelen:

  • Antecedenten en incidenten (op basis van politieregistratie):
    – registraties (HKS) en mutaties geweld
    – registraties (HKS) en mutaties zeden
    – registraties (HKS) en mutaties wapengerelateerd
    – registraties (HKS) en mutaties overig
  •  Mate van aanspreekbaarheid:
    – volledig in de war
    – apathisch, zich extreem afsluiten
    – gewelddadig, onhandelbaar, niet te corrigeren (tegen slachtoffer of derden)
    – extreem jaloers tegenover slachtoffer
    – dreigementen om zichzelf wat aan te doen of zichzelf daadwerkelijk te verwonden
  • Riskante gewoonten (alcohol- of drugsgebruik):
    – signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van alcohol
    – signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van soft drugs
    – signalen wijzend op verslaving of excessief gebruik van hard drugs
    – onder behandeling (geweest) voor verslaving
    – op het moment fors gedronken (of sterk vermoeden)
    – op het moment drugs gebruikt (of sterk vermoeden)

Factoren tav incident

De volgende feiten en omstandigheden die het verloop van het incident betreffen kunnen een rol spelen:

  • Bedreiging:
    – verbaal (schelden, schreeuwen)
    – dreigen met fysiek geweld
    – dreigen met wapen
    – dreigen met doden
  • Psychisch geweld:
    – slachtoffer onder druk zetten door geweld tegen kinderen en/of huisgenoten
    – slachtoffer onder druk zetten door geweld tegen huisdieren
    – slachtoffer onder druk zetten door vernielen (dierbare) eigendommen van het slachtoffer
    – slachtoffer onder druk zetten door hem te vernederen of te dwingen iets tegen de wil te doen
  • Lichamelijk geweld:
    – duwen, schoppen, stompen, haren trekken e.d.
    – zware kneuzingen, brandwonden, gebroken ledematen
    – verwonden met wapen
    – verwurging
  • Seksueel geweld:
    – verkrachting of aanranding
    – gedwongen seks of prostitutie
    – (vermoeden van) kindermisbruik
  • Zwaarte van de intimidatie:
    – geweld is willekeurig en volstrekt zonder aanleiding
    – (dreiging van) plotselinge, extreme uitbarsting van geweld
    – zwaar fysiek geweld (al dan niet met ernstig letsel)
    – slachtoffer is totaal niet weerbaar
  • Geweldsontwikkeling:
    – de zwaarte van het geweld is de laatste jaren toegenomen
    – de frequentie van geweld is de laatste jaren toegenomen
  • Wapens:
    – in bezit van vuurwapen
    – in bezit van wapenvergunning
    – gebruik van slagwapen, steekwapen of (nep-)vuurwapen
    – gebruik van «toevallige» wapens (servies, asbak, keukenmes e.d.)
  • Gevaarsniveau wapengebruik:
    – ermee dreigen
    – ermee gooien van een afstand
    – het slachtoffer er direct mee verwonden (direct fysiek contact)
    – bewuste (bedoelde) verwonding slachtoffer (min of meer met voorbedachten rade)
  • Aanwezigheid van kinderen:
    – kinderen getuige van geweld
    – kinderen apathisch, huilen of schrikachtig
    – geweld gepleegd tegen kinderen
    – kinderen gewond
    – ondertoezichtstelling of andere kinderbeschermingsmaatregel
  • Geweldsverwachting:
    – slachtoffer vreest toekomstig geweld
  • Rechtvaardiging achteraf:
    – berouw tonen, maar zich verschuilen achter externe oorzaken
    – ontkennen of minimaliseren van het geweld
    – rechtvaardigen van geweld

Leefomstandigheden

Ook de feiten en omstandigheden die de leefomstandigheden van de betrokkene of zijn huisgenoten betreffen, kunnen van belang zijn voor de vraag of er een huisverbod opgelegd kan worden. Hierbij spelen de volgende leefomstandigheden een rol:

  • Spanning door werkgerelateerde problemen:
    – (langdurige) werkloosheid
    – recent ontslag of dreiging van ontslag
    – problemen met betrekking tot arbeidsongeschiktheids- of werkloosheidsuitkering
    – spanningen op het werk
  • Spanning door financiële problemen:
    – veel schulden
    – financieel niet kunnen rondkomen
    – vermoeden van een gokprobleem
  • Spanning door familie- en relatieproblemen:
    – problemen met kinderen uit een eerdere relatie
    – niet accepteren van een zwangerschap
    – onenigheid over opvoeding van kinderen
    – gedragsproblemen bij kinderen
    – lopende echtscheidingsprocedure
    – overige relatieproblemen
    – problemen met betrekking tot verblijfsvergunning e.d.
  • Sociaal isolement door beperkte vrienden- of kennissenkring:
    – strikte beperking van contacten (binnen eigen cultuur of geloof)
    – contacten met buitenwereld verlopen alleen via betrokkene
    – betrokkene verbiedt contact met vrienden of bekenden
  • Sociaal isolement door rollenpatroon:
    – betrokkene controleert financiën, paspoort e.d.
    – slachtoffer heeft geen zeggenschap binnenshuis
    – slachtoffer mag niet of nauwelijks buitenshuis komen
  • Sociaal isolement door onaangepast gezin:
    – er is geen contact te maken met het gezin
    – geschillen met anderen worden door ruzie of geweld opgelost
    – binnen het gezin is er veel ruzie
    – antecedenten slachtoffer die wijzen op sociaal isolement
    – antecedenten andere gezinsleden die wijzen op sociaal isolement
    – sociaal isolement door excessief middelengebruik of verslaving

Risicotaxatie-instrument

Voor de beoordeling of een huisverbod moet worden opgelegd wordt gebruik gemaakt van een risicotaxatie-instrument. Dit risicotaxatie-instrument helpt om een analyse van de situatie te maken aan de hand van de twintig signalen over
a) de pleger van het geweld,
b) (het verloop van) het geweldsincident en
c) de (mogelijk) achterliggende (gezins)achtergronden.

De invuller, vaak een hulpofficier van justitie (namens de burgemeester), bepaalt verder van ieder signaal of het aangemerkt wordt als hoog risico (rood), middelmatig risico (blauw) of laag risico (geel). Als bij één van de drie onderdelen minimaal twee keer rood wordt gescoord, wordt in principe een huisverbod opgelegd.

Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden